Leestijd: 2½ minuut

Waar gesport wordt, gebeuren ongelukken en kunnen blessures ontstaan. Na hardlopen, ontstaan de meeste blessures door voetbal. Jaarlijks zijn er ongeveer 600.000 voetbalblessures, waarvan 30% enkelklachten, 22% knieklachten, 10% bovenbeenklachten en 9% onderbeenklachten.

Een blessure kan vervolgens leiden tot arbeidsongeschiktheid. Niet alleen de persoon in kwestie maar ook diens werkgever zal niet blij zijn met deze situatie. De vraag die dan rijst is of een werknemer, die door het beoefenen van een risicovolle sport, zoals voetbal, arbeidsongeschikt raakt, recht heeft op loon. Het antwoord op die vraag luidt vrijwel altijd bevestigend.

Wetgeving

In de wet is bepaald dat een werkgever het loon van een werknemers tijdens een periode van arbeidsongeschikt door dient te betalen. Deze periode is maximaal 2 jaar. Tevens is in de wet geregeld dat de werkgever minimaal 70% van dit loon dient door te betalen. Er zit tevens een maximum aan de wettelijke loondoorbetalingsplicht. Dat is 70% van het maximum dagloon. Tot slot geldt er het eerste jaar een ondergrens: de werknemer heeft minimaal recht op het wettelijke minimumloon. In veel CAO’s, personeelsreglementen of arbeidsovereenkomsten is echter geregeld dat het loon bij ziekte gedurende een bepaalde periode wordt aangevuld tot bijvoorbeeld 100%.

Wat als er sprake is van opzet?

Als de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door opzet heeft een werknemer geen recht op loon. Slechts zelden is sprake van opzet. Opzettelijk risicovol gedrag is geen opzet. Het beoefenen van gevaarlijke sporten zal dus niet snel gezien worden als opzettelijk gedrag dat arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft. Een werknemer zal deze sporten immers niet verrichten om ziek te worden. Als je dus met voetbal je been breekt heb je vrijwel altijd recht op loon. Althans in ieder geval 70% van het loon zo blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 2008, die nog steeds leidend is.

Een praktijkvoorbeeld: de zaalvoetballer

In deze zaak ging het om een chauffeur die geregeld geblesseerd raakte en arbeidsongeschikt werd door zijn hobby; zaalvoetbal. In een periode van iets meer dan 4 jaar was hij in totaal ruim 24 maanden arbeidsongeschikt. Zijn werkgever had herhaaldelijk aangegeven dat hij het veelvuldig ziekteverzuim niet acceptabel vond en heeft hem verzocht te stoppen met zaalvoetbal. Op enig moment heeft de werkgever aangegeven dat bij een volgende blessure met arbeidsongeschiktheid als gevolg, geen salaris zou uitbetalen. De fanatieke sporter gaf hier geen gehoor aan en werd weer arbeidsongeschikt door een blessure. In eerste instantie betaalde de werkgever geen loon. Maar uiteindelijk betaalde hij het wettelijk minimum van 70% in plaats van 100% loon waar de werknemer volgens de CAO recht op had bij arbeidsongeschiktheid. De werknemer is het hier niet mee eens en start een procedure. Uiteindelijk komt de zaak bij de Hoge Raad en hier oordeelde men in lijn met het gerechtshof, namelijk dat de werknemer recht had op het wettelijke minimum en dus op 70% van zijn loon. Meer hoefde de werkgever niet te betalen.

Waarom hoeft er niet 100% loon te worden betaald?

De Hoge Raad concludeert dat indien werkgever en werknemer aanvullende afspraken maken over loonbetaling bij ziekte, daar extra voorwaarden aan mogen worden gesteld. In de van toepassing zijnde CAO is opgenomen dat er geen loon verschuldigd is indien de werknemer arbeidsongeschikt is door schuld of toedoen. Met een verwijzing naar dat artikel in de CAO is de werkgever in deze situatie niet gehouden om meer dan 70% te betalen. Nu de werknemer meerdere malen geblesseerd is geraakt als gevolg van zaalvoetbal, zijn werkgever hem heeft verzocht te stoppen en hem in het vooruitzicht heeft gesteld dat indien hij wederom geblesseerd zou raken er geen salaris zou worden betaald, kan er wel degelijk gesproken worden van schuld aan de arbeidsongeschiktheid door de werknemer, althans, de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door het toedoen van de werknemer.

Let wel: in een andere situatie kan het oordeel anders zijn. Of de werkgever meer dan het wettelijke minimum dient te betalen is afhankelijk van de tussen partijen gelden afspraken.

Linda Corvers - Senior jurist arbeids- en onderwijsrecht

Linda Corvers

Ik streef ernaar om voor cliënten juridisch het maximale uit de zaak te halen én hen met vertrouwen naar de toekomst te laten kijken.