Het wintersportseizoen is in volle gang. Er wordt volop geskied en gesnowboard tijdens de kerst- en voorjaarsvakantie. Deze wintersporten zijn niet geheel ongevaarlijk. Een ongeluk kan zelfs leiden tot arbeidsongeschiktheid. Als dat gebeurt is niet alleen de persoon in kwestie, maar ook diens werkgever niet blij. En dan volgt de vraag of een werknemer, die door het beoefenen van een risicovolle sport arbeidsongeschikt raakt, recht heeft op loon. Het antwoord op die vraag is vrijwel altijd ja.

Werkgever is meestal verplicht om loon door te betalen

Een werkgever moet een arbeidsongeschikte werknemer maximaal twee jaar loon doorbetalen. Dit moet minimaal 70% zijn van het loon dat de werknemer verdient. Dit is wettelijk geregeld. Er zit wel een maximum aan de wettelijke loondoorbetalingsplicht, namelijk 70% van het maximum dagloon. Tot slot geldt er het eerste jaar een ondergrens: de werknemer heeft minimaal recht op het wettelijke minimumloon. In veel CAO’s, personeelsreglementen of arbeidsovereenkomsten is echter geregeld dat het loon bij ziekte gedurende een bepaalde periode wordt aangevuld tot bijvoorbeeld 100%.

Wat als er sprake is van opzet?

Alleen als de arbeidsongeschiktheid een gevolg is van opzet dan heeft een werknemer geen recht op loon. Slechts zelden is sprake van opzet. Opzettelijk risicovol gedrag is geen opzet. Een werknemer zal deze sport immers niet verrichten om ziek te worden. Alleen dan zou er sprake zijn van opzet. Het beoefenen van gevaarlijke sporten zal dus niet snel gezien worden als opzettelijk gedrag dat arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft. Als u dus met skiën uw been breekt heeft u recht op loon. In ieder geval 70% van het loon, zo blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 2008, die nog steeds leidend is.

Een praktijkvoorbeeld: de zaalvoetballer

In deze zaak ging het om een chauffeur die geregeld geblesseerd raakte en arbeidsongeschikt werd door zijn hobby; zaalvoetbal. In een periode van iets meer dan 4 jaar was hij in totaal ruim 24 maanden arbeidsongeschikt. Zijn werkgever had herhaaldelijk aangegeven dat hij het veelvuldig ziekteverzuim niet acceptabel vond en heeft hem verzocht te stoppen met zaalvoetbal. Op enig moment heeft de werkgever aangegeven dat bij een volgende blessure met arbeidsongeschiktheid als gevolg, geen salaris zou uitbetalen. De fanatieke sporter gaf hier geen gehoor aan en werd weer arbeidsongeschikt door een blessure. In eerste instantie betaalde de werkgever geen loon. Maar uiteindelijk betaalde hij het wettelijk minimum van 70% in plaats van 100% loon waar de werknemer volgens de CAO recht op had bij arbeidsongeschiktheid. De werknemer is het hier niet mee eens en start een procedure. Uiteindelijk komt de zaak bij de Hoge Raad en hier oordeelde men in lijn met het gerechtshof, namelijk dat de werknemer recht had op het wettelijke minimum en dus op 70% van zijn loon. Meer hoefde de werkgever niet te betalen.

Waarom hoeft er niet 100% loon te worden betaald?

Als werkgever en werknemer aanvullende afspraken maken over loonbetaling bij ziekte, zoals doorbetaling tot 100% dan mogen daar volgens de Hoge Raad extra voorwaarden aan worden gesteld. In de van toepassing zijnde CAO is opgenomen dat er geen loon verschuldigd is als de werknemer arbeidsongeschikt is door schuld of toedoen. Met een verwijzing naar dat artikel in de CAO is de werkgever in de situatie van de zaalvoetballer niet verplicht om meer dan 70% te betalen. Vooral omdat werkgever naar werknemer heel duidelijk heeft aangegeven wat de consequenties zijn van het doorgaan met zaalvoetbal en de bijbehorende blessures. Er kan wel degelijk gesproken worden van schuld, omdat de arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door het toedoen van de werknemer.

Let wel: in een andere situatie kan het oordeel anders zijn. Of de werkgever meer dan het wettelijke minimum dient te betalen is afhankelijk van de tussen partijen gelden afspraken.

Linda Corvers - Senior jurist arbeids- en onderwijsrecht

Linda Corvers

Ik streef ernaar om voor cliënten juridisch het maximale uit de zaak te halen én hen met vertrouwen naar de toekomst te laten kijken.