Melding verbergen

De ARAG-site maakt gebruik van cookies. Lees meer informatie over cookies.

Huurverhoging van uw bedrijfsruimte - Ken uw rechten!

Bij (winkel)bedrijfsruimte gelden voor huurverhogingen andere regels dan bij woonruimte. Het is complexe materie en het is verstandig om u goed te (laten) informeren.

(Sociale) Huurwoning versus bedrijfsruimte

Bij woonruimte in de sociale sector kan een eenmalige jaarlijkse huurverhoging plaatsvinden tot het maximum dat de minister van VROM jaarlijks vastgelegd. Bij winkelbedrijfsruimte geldt allereerst het contract. In de meeste contracten wordt een zogenaamde indexeringsclausule opgenomen waarin staat dat een jaarlijkse huurverhoging van uw bedrijfsruimte mag plaatsvinden op basis van het aangewezen prijsindexcijfer. Het gaat hier in feite om een huurprijsaanpassing die de huur laat oplopen met de jaarlijkse inflatie.

Elke vijf jaar: aanpassing door marktomstandigheden

Naast deze jaarlijkse prijscorrectie is er nog een andere mogelijkheid voor de huurder en de verhuurder om de huurprijs te wijzigen. Bij winkelbedrijfsruimte geldt in beginsel de regel dat de huurprijs eens per vijf jaar kan worden aangepast aan de marktomstandigheden. Dit is een huurprijsaanpassing (meestal een huurverhoging) op basis van de huurprijzen van vergelijkbare objecten in de afgelopen vijf jaren voordien op een soortgelijke locatie. Spreken huurders en verhuurders een langere periode af, bijvoorbeeld tien jaar, dan kan deze huurprijsaanpassing uiteraard pas na tien jaar plaatsvinden.

IJkpunt: criteria ingewikkeld

Het wettelijk criterium is nogal ingewikkeld. Er moet immers worden gekeken naar de huurprijzen van vergelijkbare bedrijfsruimten op een zelfde soort locatie en wel in de afgelopen vijf jaren. Er wordt daarbij strikt gekeken naar de plaats waarop de bedrijfsruimte ligt en niet zo zeer naar het soort bedrijf dat in gehuurde bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. Zo kan het dus heel goed gebeuren dat een speelgoedwinkel en een drogist als vergelijkingsobject dienen voor de bepaling van een huurprijs van horecabedrijfsruimte.

Hoe verloopt de procedure?

De huurder en de verhuurder kunnen beide van mening zijn dat de huurprijsontwikkeling in de huurmarkt dusdanig is dat er reden voor huurverhoging of -verlaging. De meest gerede partij kan daartoe een voorstel doen. Dit voorstel moet dan wel worden onderbouwd met die hiervoor bedoelde vergelijkingsobjecten. Het is de bedoeling dat partijen aan de hand van dit voorstel met elkaar in overleg treden over een nieuwe huurprijs. Mocht dit overleg niet tot een oplossing leiden, dan moeten partijen samen een deskundige aanwijzen die een onderzoek uitvoert naar de huurprijs. Meestal vinden de huurder en de verhuurder wel een deskundige die dit kan uitvoeren. Mocht dit echter niet zo zijn, dan kan aan de kantonrechter worden verzocht een deskundige aan te wijzen.

Het deskundigenbericht

Het deskundigenbericht wil nog wel eens lang op zich laten wachten. Het is niet ongebruikelijk dat de Bedrijfshuuradviescommissie er een jaar over doet om tot een advies te komen voor een huurverhoging of -verlaging. Zodra het advies er is, is dit weer een opstapje naar een nieuw overleg tussen de huurder en de verhuurder. Het is de bedoeling dat dit rapport nu wel tot een oplossing leidt. Is dat onverhoopt niet zo, dan kan de meest gerede partij tot dagvaarding overgaan en de kantonrechter verzoeken de huurprijs vast te stellen waarbij het deskundigenrapport moet worden weer overgelegd. De rechter hakt dan de knoop door. Tegen deze uitspraak is uiteraard hoger beroep mogelijk.

Waarom ARAG

  • Direct contact met een jurist
  • Snel inzicht in uw situatie
  • Gratis oriënterend gesprek
  • Meer dan 200 producten beschikbaar
  • Persoonlijk en begrijpelijk