Joke zet vrolijk de tweede stem in. Aan alle vrolijkheid komt plots een einde. Piepende banden en gillende remmen en het valt stil. Op een rotonde rijdt een onoplettende fietser in op de auto. Door de klap vliegen de plantjes door de auto. Wim en Joke stappen vlug uit om te zien of de fietser iets mankeert. Hij blijkt ongedeerd, maar wel van de kaart.
Tierend en baldadig loopt hij rond. De inmiddels toegesnelde politie houdt hem met vereende krachten bij Wim weg. Stil en aangedaan vervolgt Wim na enige tijd zijn weg. Thuis aangekomen ontdekt hij een behoorlijke deuk in zijn auto. Hij laat de schade herstellen. Maar daarmee is het niet gedaan. Een maand na het voorval vindt Wim een dagvaarding in zijn brievenbus. De fietser eist een flinke schadevergoeding voor het letsel door de aanrijding.
Rechtsbijstandverzekeraar
Ongerust neemt Wim contact op met zijn rechtsbijstandverzekeraar. Deze
achterhaalt ooggetuigen van het ongeval. De getuigen verklaren dat de man
na het ongeval is weggefietst. Ook is hij korte tijd later lopend en fietsend
in het dorp gesignaleerd. Het letselverhaal kan niet worden bewezen, zeker
niet omdat de man geen doktersverklaring kan overleggen. Dit doet de
fietser de das om.
Meestal wordt langzaam verkeer in een dergelijke zaak in het gelijk gesteld. Nu niet. De fietser had geen voorrang verleend. Hij bracht de zaak aan het rollen met zijn dagvaarding. De rechter stelde hem aansprakelijk voor alle schade aan de auto en de viooltjes.