Bedrijfsbeëindiging kan plaatsvinden door verkoop, liquidatie/opheffing en door een faillissement.
Verkoop
In de eerste plaats kan de onderneming worden verkocht. Bij vennootschappen met rechtspersoonlijkheid (dat is de bv, de nv of de structuurvennootschappen), betekent dit dat de aandelen in andere handen overgaan. Een aansprekend voorbeeld van bedrijfsbeëindiging op deze wijze is de verkoop van ABN Amro.
Heeft u een vof, een maatschap of een eenmanszaak, dan verkoopt u geen aandelen, want die zijn er niet. Als eigenaar van een eenmanszaak kunt u uw zaak verkopen, maar dat betekent dan dat u alle feitelijk aanwezige spullen (machines, apparaten, inventaris en dergelijke) verkoopt. Daarbij krijgt u bijvoorbeeld een goodwillvergoeding voor de overdracht van klanten. Zo kan het ook gaan als een maat of een vennoot wil uittreden en een nieuwe maat of vennoot tot de vennootschap toetreedt door betaling van een overnamesom aan de vertrekkende vennoot. Overigens is een vennoot of maat bij uittreding vaak verplicht zijn aandeel eerst aan te bieden aan de overige vennoten; deze verplichting bestaat dikwijls op grond van het maatschaps- of vennootschapscontract.
Liquidatie of opheffing
Een andere mogelijkheid voor bedrijfsbeëindiging is om, bij voorbeeld bij gebrek aan een opvolger, de onderneming te liquideren. Daarbij besluiten de eigenaar (of eigenaren) de onderneming op te heffen en te sluiten. Bij vennootschappen met rechtspersoonlijkheid gebeurt dit door een of meer vereffenaars. Bij eenmanszaken of vennootschappen onder firma’s en maatschappen gebeurt dit op een onderling af te stemmen wijze. Vaak maakt de accountant dan een overzicht van wat er is, wat er nog betaald moet worden en wat er dan eventueel nog aan vermogen overblijft voor onderlinge verdeling.
Faillissement
Dit is verreweg de vervelendste manier van bedrijfsbeëindiging. Als u in een positie bent geraakt, waardoor u de schulden niet meer kunt voldoen, kan de onderneming in staat van faillissement worden verklaard door de rechtbank. Meestal gebeurt dit op verzoek van een of meerdere schuldeisers, maar het kan ook op eigen aangifte uitgesproken worden Er wordt dan een curator benoemd, die de failliete boedel moet beheren en moet uitzoeken welke schuldeisers er allemaal zijn en wie van hen nog enige uitkering zou moeten krijgen uit de opbrengst van de boedel.